17 Jul 2026
Hoge Raad bevestigt geldigheid van gokovereenkomsten uit periode vóór oktober 2021

Achtergrond van de uitspraak
De Hoge Raad der Nederlanden heeft in een recente beschikking geoordeeld dat overeenkomsten met niet-gelicentieerde online gokaanbieders voor de inwerkingtreding van de regulering in oktober 2021 niet automatisch nietig zijn onder het burgerlijk recht, terwijl lagere rechters hierover voorafgaande vragen hadden gesteld en de uitspraak nu duidelijkheid schept over de toepassing van artikel 3:40 van het Burgerlijk Wetboek in combinatie met de Wet op de kansspelen.
Spelers kunnen in dergelijke gevallen geen automatische terugvordering van verliezen eisen op grond van schending van de openbare orde of de bepalingen uit de Wet op de kansspelen, en dit geldt specifiek voor bedragen zoals de meer dan 135.000 euro die in de betreffende procedures met operators als PartyCasino en PokerStars aan de orde waren.
Details van de betrokken zaken
De uitspraak volgt op prejudiciële vragen vanuit de rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland, waarbij in beide instanties spelers hun verliezen probeerden terug te vorderen met het argument dat de gesloten overeenkomsten in strijd waren met de wettelijke vereisten voor kansspelen, en de Hoge Raad heeft nu vastgesteld dat deze overeenkomsten hun geldigheid behouden ook al ontbrak destijds een Nederlandse vergunning.
De operators hadden in de periode vóór oktober 2021 activiteiten ontplooid zonder de vereiste licentie onder de toenmalige wetgeving, terwijl de nieuwe regulering vanaf dat moment een vergunningenstelsel introduceerde dat legaal aanbod mogelijk maakt onder toezicht van de Kansspelautoriteit.
Juridische overwegingen in de beschikking
De Hoge Raad heeft in de beschikking benadrukt dat nietigheid van overeenkomsten onder artikel 3:40 Burgerlijk Wetboek niet automatisch volgt uit een overtreding van de Wet op de kansspelen in de pre-reguleringsperiode, en dat de wetgever destijds geen duidelijke intentie heeft uitgesproken om dergelijke civielrechtelijke gevolgen te verbinden aan de illegale aanbieding van kansspelen.
Daarbij komt dat de rechtbanken in eerdere instanties hadden gevraagd of de schending van de openbare orde voldoende was om de contracten te vernietigen, waarna de Hoge Raad dit ontkennend heeft beantwoord en daarmee de mogelijkheid voor spelers om verliezen terug te eisen op deze grondslag heeft beperkt.

De beslissing heeft directe gevolgen voor lopende procedures waarin vergelijkbare vorderingen zijn ingesteld, en rechters in lagere instanties zullen voortaan deze lijn volgen bij de beoordeling van claims die zien op gokactiviteiten uit de periode vóór de marktregulering.
Gevolgen voor spelers en operators
Voor spelers betekent de uitspraak dat terugvordering van verliezen niet meer kan steunen op het enkele feit dat de aanbieder zonder vergunning opereerde, terwijl operators erop kunnen rekenen dat hun pre-2021 overeenkomsten civielrechtelijk standhouden en niet automatisch als nietig worden beschouwd in Nederlandse procedures.
De Kansspelautoriteit houdt toezicht op de naleving van de huidige vergunningsplicht, en de uitspraak van de Hoge Raad schept duidelijkheid over de historische situatie zonder dat dit de handhaving in de gereguleerde markt beïnvloedt.
Context binnen de Nederlandse kansspelwetgeving
De Wet op de kansspelen kende vóór oktober 2021 een verbod op het zonder vergunning aanbieden van kansspelen aan Nederlandse spelers, en de introductie van het vergunningenstelsel in 2021 heeft een legaal kader gecreëerd waarin operators met een Nederlandse licentie kunnen opereren onder strenge voorwaarden.
De Hoge Raad heeft in zijn overwegingen rekening gehouden met de wetsgeschiedenis en de bedoeling van de wetgever, waarbij geen automatische nietigheid werd beoogd voor overeenkomsten uit de periode voordat het nieuwe stelsel van kracht werd.
Conclusie
De beschikking van de Hoge Raad biedt rechtszekerheid in een reeks lopende en toekomstige zaken over pre-regulatie gokovereenkomsten, en bevestigt dat de civielrechtelijke geldigheid van deze contracten niet automatisch wordt aangetast door de destijds geldende verbodsbepalingen uit de Wet op de kansspelen.